Historie Trekvaart Haarlem-Leiden
In 1656 werd door de Staten van Holland octrooi verleend voor het graven van de trekvaart van Leiden naar Haarlem. Van de Raampoort in Haarlem, naar de Korte Mare in Leiden. Er werd in maart met het graven begonnen en een jaar later op 1 november 1657 in gebruik genomen. Het graven van de trekvaart was handwerk. Mede doordat op verschillende plaatsen te gelijk met graven werd begonnen, kon de vaart snel in gebruik worden genomen. De trekvaart is ± 30 kilometer lang en varieert in breedte van 15 - 20 meter. Naast de trekvaart werd ook een Jaagpad aangelegd, waarover de paarden geleid werden, die de trekschuiten trokken. De trekvaart mocht bijna uitsluitend gebruikt worden, voor het vervoer van personen, post, kleine pakjes en streekproducten. Het "grote" vrachtvervoer werd er niet toegelaten. Zonder die beperking zouden Haarlem, Gouda en Dordrecht nooit hebben ingestemd, met de aanleg van de Leidsevaart. De stemmen van deze drie steden in de Statenvergaderingen wogen zwaar genoeg, om deze voorwaarden af te dwingen.Het graven van de trekvaart tussen Haarlem en Leiden geeft het westen van ons land een belangrijke impuls in "De Gouden Eeuw". De aanlegkosten waren begroot op 137.000 gulden. Al direct na de ingebruikname in 1657 voeren de trekschuiten af en aan en de trekvaart werd een belangrijke verbinding tussen Amsterdam, via Haarlem, naar Leiden, Gouda, Delft en Dordrecht. Mede door de aanleg van de trekvaart, ontstond er een bloeiende handel in dit deel van het land. Haarlem en Leiden exploiteerden de vaart voor gezamenlijke rekening en die exploitatie was zeer lucratief. Een dagelijkse verbinding tussen de steden per trekschuit, was een regelrechte revolutie in die tijd. Het vervoer tot het moment van aanleg was 'te voet', per paard, per (zeil)boot over o.a. De Zijl of met een (post)koets en koste vaak vele dagen. Bovendien waren de wegen zéér slecht en ook dit zorgde ervoor, dat vervoer veel tijd in beslag nam. Het vervoer ging weliswaar niet erg snel, maar de trekschuiten hadden geen last van tegenwind, waren zéér betrouwbaar en gemeten met de maatstaven van de zeventiende eeuw, ook zéér comfortabel. De trekschuiten voeren ook met een dienstregeling die nauw luisterde en op tijdsoverschrijdingen stond een boete. Meer dan tweehonderd jaar bleef de trekschuit, de belangrijkste vorm van vervoer van personen en goederen in westelijk Nederland. ![]() ![]() ![]() Voor vragen en opmerkingen kunt u een e-mail zenden naar
museum.dezwartetulp@12move.nl.
|