De Museumtuin


Informatie over de Museumtuin

De museumtuin maakt duidelijk deel uit van het museum. Toen het museum in 1997, na een interne verbouwing, heropend werd heeft het bestuur tuinarchitect Piet Oudolf gevraagd een nieuwe opzet voor de tuin te maken. Met een beplantingsplan dat zou passen bij de opzet van het museum. Het was niet de bedoeling een mini-Keukenhof te creëren. De tuin mocht ook aansluiten bij een andere teelt uit de Bloembollenstreek, namelijk het kweken van vaste planten. Dit segment wordt naast de bollenteelt in deze streek steeds belangrijker. De heer Oudolf is een gerenommeerd tuinarchitect, bekend door zijn aandeel in de introductie van een nieuwe generatie tuinplanten, maar ook omdat hij als eerste Nederlander een 'Gold Medal ' wegsleepte op de beroemde Chelsea Flower Show in Engeland. De vernieuwende aanpak bij zijn plantenkeuze resulteert in een wat minder stijve aanblik en kenmerkt zich ook door zachtere kleuren. De vaste planten hebben in het tuinontwerp van Piet Oudolf de hoofdrol gekregen. Het geheel wordt aangevuld met bollen en knollen die voor verwildering geschikt zijn (o.a. alliums).

Het ontwerp is eenvoudig en strak gehouden. Vanuit het centrum van de tuin is gekozen voor vier grote vakken, die op een rustige manier beplant zijn. De vakken worden gescheiden door groenblijvende buxushaagjes. De aandacht wordt vanuit dit rustige centrum van de tuin duidelijk getrokken naar de omringende borders. De beplanting van deze borders is zeer gevarieerd gehouden. Dit geheel wordt aan twee zijden omringd door muren, waartegen lei-fruit staat, en aan één zijde afgesloten door een beukenhaag.

Ondanks de aandacht die bij de aanleg van de tuin besteed is aan grondverbetering blijft tuinieren in deze binnentuin moeilijk. Het is vaak zoeken naar alternatieven zodat, met in acht neming van de oorspronkelijke opzet, toch de juiste plant op de juiste plaats komt te staan.
De borders bij binnenkomst van de tuin zijn themaborders geworden. Wanneer een tentoonstelling zich leent voor een thematische voortzetting in de tuinaanplant zal dit gedeelte van de tuin hiervoor gebruikt worden. Voor de smalle border langs de muur van het museum is gekozen voor een beplanting met diverse varens en hosta's.
De beplanting bestaat uit zo'n 80 variëteiten vaste planten. Zoals overal in de natuur geldt ook bij deze tuin: er is altijd werk en de aanblik van het geheel verandert steeds. De tuingroep zorgt er met veel liefde en met de inzet van veel vrije tijd voor dat de tuin in ieder seizoen het bekijken waard is.


Hierbij worden enkele foto's van de tuin getoond, genomen in de lente, zomer en de herfst. De extreme droogte van de zomer van 2003 maakt het de vrijwilligers niet makkelijk, maar ondanks gebrek aan water en een overvloed aan zon slagen de vrijwilligers er toch in een aantrekkelijke entree voor het museum te creëren.

De hele zomer tot diep in het najaar waren er vlinders in de tuin te bewonderen. En via de vlinders komen we weer bij het bollenvak terecht. In het museum is een model van één van de eerste sorteermachines voor de bollen te zien. Het model heet 'de vlinder'. Het verhaal wil dat toen de machine in productie genomen moest worden (fa. van Stijn) er nog een naam voor het model gevonden moest worden. Er werd heen en weer gepraat over een goede naam. Door de vraag: "Wanneer moet je deze machine dan gebruiken" en het antwoord "wanneer er vlinders zijn" kreeg het product zijn naam. Deze naam leeft nog steeds in Lisse voort.



Er is ook een foto te zien die genomen is vanaf de eerste etage van het museum. Deze foto is in december genomen, na een beetje vorst. De tuinopzet is goed te herkennen, maar ook is duidelijk waarom in vroeger tijd er zoveel beukenhaagjes tussen de velden stonden. Het beukenhaagje in de tuin zit nog dik in het blad en men kan zich voorstellen dat zo'n haag in het veld een geweldige bescherming biedt tegen straffe wind. Want in najaar en winter liggen de bollenvelden er vrij onbeschermd bij en wind kan verstuiven van aarde veroorzaken en daardoor beschadiging van de teelt. Beukenhaagjes als bescherming dus. Door de mechanisatie zijn praktisch alle hagen uit het landschapsbeeld verdwenen. Maar er zijn weer plannen om, omwille van het fraaie landschappelijke karakter, weer wat hagen aan te planten. Tussen de bollenveldjes zal dat niet meer zijn, want de bollenvelden zijn tegenwoordig echt grootschalig. Maar in het museum zijn nog enkele schilderijen te zien met daarop kleine bollenveldjes, gescheiden door beukenhaagjes.
Het is de bedoeling om de museumtuin in de diverse seizoenen op deze site te laten zien. En met de uitbreiding van het museum hebben we zelfs drie museumtuintjes! Wordt vervolgd dus.

Tuin achter de Comparitie

Nadat de uitbreiding van het Museum was gerealiseerd, bleef over de invulling van de tuin achter de Comparitie.
Mevrouw Ir Jos Lampert van ECO DECO bleek bereid voor het Museum de Zwarte Tulp een romantische tuin te ontwerpen.
Het ontwerp is zodanig opgezet dat er een doorkijktuin gaat ontstaan gezien van uit de Comparitie. Zij is ook voor zien van terrassen. En omdat de tuin is gelegen op het Zuiden zal het niet lang duren of onze gasten weten deze terrassen snel te vinden.
Het is een sfeervolle, warme tuin geworden, waar het goed toeven is. Het bemeubelde terras nodigt bezoekers uit hier even rustig plaats te nemen. Indien u dan de gastvrouw vraagt om een heerlijk kopje koffie, zit u helemaal prima!

naar inhoud
Voor vragen en opmerkingen kunt u een e-mail zenden naar   museum.dezwartetulp@12move.nl.
Copyright © 2007 St.Museum voor de Bollenstreek
Laatst gewijzigd 3 augustus 2008