Wisseltentoonstelling

van 15-11-2008 tot en met 30-8-2009





Van Wildernisse tot Bollenstreek

Ontwikkeling van landschappen en dorpen door de eeuwen heen
Expositie van 15 november 2008 tot en met 30 augustus 2009

De Bollenstreek dankt haar naam aan het gewas wat er geteeld wordt. Alsof het nooit anders geweest is. Toch is het een heel jong landschap. Het ontstond ongeveer 150 jaar geleden.
De expositie VAN WILDERNISSE TOT BOLLENSTREEK laat in vogelvlucht zien hoe het woeste duinlandschap (Wildernisse) in duizenden jaren kon veranderen in de streek zoals we die nu kennen.

Het begint zo'n 10.000 jaar geleden. Er ontstaan evenwijdig aan de kust een aantal strandwallen. Zand en westenwind zorgen voor duinvorming.
Vanaf de steentijd vinden we bewijzen dat er zich in deze streek mensen ophouden. Ook de bronstijd en de ijzertijd laten archeologische vondsten zien. Doordat in de streek veel afgegraven is voor de zandwinning en de bollenteelt zijn de vindplaatsen beperkt.
De oude kreken in de vroegere Rijnmonding zijn het eerst bewoond. Aan de Rijnoevers zien we ook de getuigenissen van de aanwezigheid van de Romeinen.

De eerste geschreven teksten uit deze streek dateren uit de Middeleeuwen. Zendelingen bezoeken vanaf de 8e eeuw onze contreien en stichten de eerste kerken. De meeste dorpen uit de streek ontstaan in de Middeleeuwen. De adel heeft de wereldlijke macht. Het woeste duinlandschap (het uitgebreide Hout) is een prima jachtgebied. De streek kent diverse belangrijke kloosters. De adel en de kloosters spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het landschap. Diverse ontginningen vinden in de Middeleeuwen plaats.
Er is in die tijd nog geen afgesloten kust. De Rijn mondt nog in de buurt van Katwijk in zee uit en met hoogwater komt de zee een flink stuk landinwaarts. Tussen de strandwallen, op de strandvlaktes, en ten oosten van de strandwallen kan het water niet goed weg en vindt moerasvorming plaats.

In de Middeleeuwen begint men met de ontginning van deze moerasgebieden. Er worden sloten gegraven om het veen te ontwateren. Hierdoor ontstaan landbouwgronden. In eerste instantie voor graanproductie, maar omdat veen inklinkt krijgt men steeds meer te maken met het natter worden van deze gebieden. Uiteindelijk zijn deze natte gebieden alleen maar geschikt voor veeteelt of als hooiland. De afwatering gaat nog op een natuurlijke manier. Molens zijn er dan nog niet.

Vanaf het jaar 1000 breekt een periode van fikse stormen aan. Immense hoeveelheden losgewoeld zand wordt landinwaarts geblazen. Er treedt nieuwe duinvorming op doordat het zand over de oude duinen heen geblazen wordt. Deze nieuwe duinen kunnen wel tot 40m hoog worden. De Rijnmonding bij Katwijk verzandt in dezelfde periode.

Oorspronkelijk was er voldoende hout beschikbaar om in de behoefte aan brandstof te voorzien. Maar omdat er ook duingebied ontgonnen wordt raken hele gebieden ontbost. Terwijl er juist meer vraag komt naar brandstof. Turf is de oplossing. Op de strandwallen en aan de oostkant van de streek ligt het veen voor het opscheppen. Veeboeren worden veenboeren. Eerst graaft men het veen simpelweg af, maar omdat de vraag blijft stijgen, moet men overgaan op natte vervening, dat wil zeggen dat men veen gaat baggeren. Het veen afgraven heeft ook een gevaarlijke kant. In het veengebied ten oosten van onze streek liggen diverse meertjes. Door het veenafgraven worden die meren steeds groter en slaan er hele stukken land af. Uiteindelijk ontstaat het Haarlemmermeer. Dit grote meer, dat bij stormen een bedreiging vormt voor het omliggende land, kan pas wanneer er stoommachines zijn, in 1852, worden drooggelegd.

Kleinschaliger kan er aan het eind van de Middeleeuwen wel drooggelegd worden. In de 13e eeuw zijn er nog geen polders, maar wanneer er windmolens komen ontstaan er vele poldertjes in de lage delen van de streek. In de Gouden eeuw verandert het aanzien van onze streek weer ingrijpend. Het duinlandschap is interessant voor de rijke elite en er komen nabij de waterwegen linten van fraaie buitenplaatsen met de prachtigste tuinen. In 1657 wordt de Haarlemmer Trekvaart gegraven. Er vinden al wel duinafgravingen plaats, maar het is nog kleinschalig.

De waterwegen zijn heel belangrijk. De diligence loopt over de Heereweg, maar reizen over het water is comfortabeler. Pas met de komst van tram en trein verliest het vervoer over water zijn betekenis. Met de komst van de auto wint het wegverkeer.

Bloembollen zijn al sinds de 16e eeuw in Nederland bekend, maar worden pas in de tweede helft van de 19e eeuw echt belangrijk voor de streek. De oorspronkelijke land- en tuinbouw worden verlaten en men gaat steeds meer over op de bollenteelt. Gelijktijdig is er de vraag naar zand voor stadsuitbreidingen, spoorwegen, het wegennet enz. Steeds meerduingebied wordt afgegraven en steeds meer land komt beschikbaar voor de bollenteelt. Een toeristische attractie is geboren: De Bollenstreek. De bezoeker ziet een mozaïek van kleine, verschillend gekleurde veldjes, van elkaar gescheiden door hagen.
Ook dat landschap ligt al weer lang achter ons. Door de mechanisatie zijn de velden steeds groter geworden en de hagen zijn praktisch verdwenen. Een nog grotere aanslag op de bollencultuur zijn de naoorlogse dorpsuitbreidingen. Vele kwekers wijken uit naar andere streken.

Toch bezoeken miljoenen toeristen deze streek nog om haar bollen. Maar ook andere landschapsvormen maken de streek interessant.
De nabijheid van het strand is aantrekkelijk, het oude cultuurlandschap van binnenduinen en veenweidegebied, zoals dat bijvoorbeeld bij het Keukenhof nog te zien is, heeft een eigen sfeer. De plassen bij Warmond en de waterleidingduinen van Vogelenzang; op kleine afstand van elkaar is een enorme variëteit aan landschappen te zien.
De expositie geeft een beeld van deze veelheid.
De dorpen in het gebied: Bennebroek, De Zilk, Hillegom, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout, Rijnsburg, Sassenheim, Vogelenzang, Voorhout, Warmond laten hun eigen karakter zien.





Voor vragen en opmerkingen kunt u een e-mail zenden naar   info@museumdezwartetulp.nl.
Copyright © 2009 St.Museum voor de Bollenstreek
Laatst gewijzigd 23 maart 2009