Geschiedenis van de bloembol
![]() De ambassadeur gaf de bollen aan Carolus Clusius die ze later meenam naar de tuin van de universiteit in Leiden. Clusius was hoogleraar in Leiden. Clusius kreeg de tulpenbollen omdat hij heel veel onderzoek naar bloemen en kruiden deed. In die tijd werden allerlei planten die men in Nederland nog niet kende hier ingevoerd. Clusius voerde ook nog andere planten in Nederland in, o.a. de paardekastanje, de snijboon, de schorseneer en de jasmijn. De tuin waarin Clusius proeven deed met tulpenbollen, maar ook met andere planten bestaat nog steeds. Deze heet de Clusiushof en hoort bij de hortus van Leiden. Overigens wilde Clusius zijn tulpen niet verkopen, hij wilde er alleen maar proeven mee doen. Maar op een keer werden al zijn bollen gestolen uit de hof. De bollen waren heel veel waard en dat trok natuurlijk volk aan dat alleen maar snel rijk wilde worden!Alleen heel rijke mensen konden bloembollen kopen. Bloembollen waren ontzettend duur. Op oude landgoederen, waar oorspronkelijk de heel rijke mensen woonden of waar ze hun zomerverblijf hadden zie je wel verwilderde gewassen als sneeuwklokjes, krokussen, narcissen. Het lijkt alsof ze altijd in Nederland gebloeid hebben, maar ze zijn ooit uit het buitenland ingevoerd. We noemen ze wel stinseplanten. Ze kregen die naam omdat ze veel voorkwamen bij stinsen, wat de Friese naam is voor steenhuizen. Rond de belangrijkste steden, zoals rond Amsterdam, waren landgoederen waar de rijke mensen uit de 17e en 18e eeuw hun zomerverblijf hadden en waar ze graag wilden opscheppen met hun dure tulpen. Veel van die oude landgoederen zijn inmiddels verdwenen. Misschien woon je wel in een nieuwbouwwijk die op zo'n oorspronkelijk landgoed is gebouwd. Een paar namen van bekende landgoederen zijn: Huys Ter Spekke, Huys te Manpad, Huis Sandvliet. In het park dat bij Huis Sandvliet hoorde werd voor het eerst in 1949 de bekende bloembollententoonstelling De Keukenhof ingericht. TulpomanieRond 1634 wilden steeds meer rijke mensen tulpenbollen kopen. Er begon toen een dwaze handel in tulpenbollen. Niet alleen bollenliefhebbers waren bezig met bollenkweken en met de bollenhandel. Ook allerlei lieden die niets van bollen wisten, maar alleen snel rijk wilden worden, stortten zich in de bollen. Dit werd de tulpomanie of tulpenwoede genoemd. Men verkocht een bol, die men niet eens bezat, aan een ander die hem weer door wilde verkopen en die eigenlijk geen geld had.
Na een paar jaar, begin 1637, stopte deze dwaze windhandel. Er kwamen strenge regels voor de handel. Er waren mensen heel rijk geworden, maar anderen waren totaal verarmd want ze waren failliet gegaan! Maar de belangstelling voor bollen was heel groot geworden. En die werd in later tijd steeds groter! Je ziet hieronder een spotprent over de tulpomanie. De bloembollen worden goedkoperIn de 18e eeuw raakte Nederland bekend als bollenland. De bol bleef alleen betaalbaar voor de rijken in binnen- en buitenland.
Een lesbrief kan als doc-bestand worden gedownload en afgedrukt. (2,2MB).Voor vragen en opmerkingen kunt u een e-mail zenden naar
museum.dezwartetulp@12move.nl.
|