Lesbrief "Mens en bollenteelt"

DE BOLLENKWEKER

Op enkele plaatjes kan worden geklikt en dan verschijnt de plaat in het groot
In de Bollenstreek, tussen Haarlem en Leiden, waren oorspronkelijk gemengde landbouwbedrijven, met veeteelt, akkerbouw en wat groenteteelt.
De kwekerijen waren ook niet zo groot. Naast de baas werkten er een aantal knechten.
Omdat er steeds meer vraag kwam naar bloembollen kwamen er meer kwekers die zich alleen toelegden op de bollenteelt. Groentetelers hielden op met het kweken van groente en begonnen ook met bollen omdat ze dan meer konden verdienen.
Je had veel mensen nodig, vooral in het seizoen want er bestonden toen nog geen machines die je het zware werk uit handen namen.
Er werd veel duingrond afgegraven. Het zand werd gebruikt voor wegen, stadsuitbreidingen en dergelijke. Later ook voor de kalkzandsteenfabricage. De afgegraven percelen waren weer heel geschikt voor de bollenteelt. Dat afgraven gebeurde allemaal met de schop, want ook daar waren vroeger geen machines voor. Tegenwoordig heb je weer minder bollenbedrijven dan rond het jaar 1900. Dat komt omdat een heleboel bedrijven samengevoegd zijn. Bovendien raakt de Bollenstreek vol en is er niet zoveel plaats meer voor zo veel bollenbedrijven. Veel bollenkwekers zijn naar andere delen van het land gegaan, vooral naar Noord-Holland.
  1. Hier zie je een plaatje van het afgraven van duingrond zoals dat in de eerste helft van de 20e eeuw nog gebeurde. Zou je nu nog duingrond af mogen graven ten behoeve van de bollenteelt? Waarom denk je dat?
  2. Waarom gingen groentekwekers wel over tot de teelt van bloembollen?
  3. Weet je toevallig een gedeelte van Nederland waar bollenkwekers uit de Bollenstreek zich hebben gevestigd?
Langzamerhand kreeg je een zekere specialisatie in het bollenvak. Je had mensen die zich alleen bezighielden met het kweken, maar er ontstonden ook bedrijven die zich gingen specialiseren op de handel. Zo kwamen er de exporteurs, de handelaren die zich specifiek bezighielden met de export van bollen en bolbloemen naar andere landen.
Je kunt bollen verkopen als ze nog op het veld staan. Dat noem je een groene veiling, Je kunt ook de bollen in het veilinggebouw met de veilingklok kopen. Dat gebeurt met geoogste bollen, die al schoon en gedroogd zijn.

DE BOLLENREIZIGER

Omdat in andere landen de vraag naar bolbloemen groeide had je mensen nodig die de bollen in het buitenland gingen verkopen. Dat waren de bollenreizigers. Die mensen bleven maanden achter elkaar van huis weg. Stel je maar eens voor dat je bollen gaat verkopen in Amerika in de tijd dat je nog met de stoomboot de oceaan moest oversteken. En was je daar na een aantal weken aangekomen, dan moest je nog met de stoomtrein naar de plaats van bestemming. Telefoon was schaars en duur. (mobiel bellen bestond helemaal niet!). De bestellingen konden zo rond 1900 gelukkig met de telegraaf doorgegeven worden!

Hiernaast zie je een blad uit een catalogus voor bolbloemen uit het jaar 1793.

Je moet eens opletten hoe mooi deze catalogus gedrukt is. Tegenwoordig is het voor ons een heel stuk makkelijker om met de computer verschillende lettertypes te gebruiken. Maar ook ruim 200 jaar geleden konden ze dat schitterend.

Zie je dat ze toen ook al internationaal bezig waren?
  1. Waar zie je dat aan?
  2. Als je tegenwoordig een catalogus uitgeeft ziet hij er anders uit. Welke taal verwacht je dan zeker terug te zien?

DE BOLLENARBEIDER

De bollenarbeider verdiende aan het einde van de 19e eeuw heel weinig geld. Hij verdiende ongeveer ƒ8,- per week ( minder dan 4 euro), terwijl hij ongeveer ƒ10,- nodig had om een gezin te onderhouden. De gezinnen waren groot in die tijd: vader, moeder met gemiddeld 8 kinderen. Vaak moesten de kinderen meteen na de basisschool meewerken op het land. Voor zijn lage loontje moest de bollenarbeider zwaar werk doen. De werkdagen waren erg lang. 's Winters was er een werkweek van 42 uur. 's Zomers één van 78 uur. Rond 1920 werden in de Bollenstreek vakbonden opgericht voor bollenarbeiders. Daarna werden ook afspraken gemaakt tussen werkgevers en werknemers over de lonen. Toch duurde het nog wel een tijd voordat de omstandigheden echt beter werden. In de tweede helft van de 20e eeuw kregen de arbeiders het beter. Pas na de tweede wereldoorlog (1940-1945) werden er machines ontwikkeld en gebruikt in de bollenteelt.

Uitgaven van één week in guldens   (in euro)
Huurƒ 1.-(0,45)
Begrafenisfondsƒ 0,34(0,15)
Brandstofƒ 0,52.5(0,24)
Lampolieƒ 0,35(0,16)
Broodƒ 2,80(1,27)
Aardappelen (of
gort, rijst of bonen)
ƒ 2,80(1,27)
Vet, vlees of visƒ 0,91(0,41)
Boter en zgn. smeerselƒ 0,49(0,22)
Melk, koffie, theeƒ 0,63(0,29)
Azijn, zout, suikers,
Mosterd, peper
ƒ 0,35(0,16)
Tabak, sigaren, scherenƒ 0,23(0,10)
  1. Je ziet hierboven een boodschappenlijstje. Welk bedrag werd volgens dit lijstje in die week uitgegeven?
  2. Welke kosten mis je nog op het lijstje?
  3. Denk je dat alleen de arbeiders in de Bollenstreek het arm hadden? Weet je iets over arbeiders in andere delen van ons land uit dezelfde tijd?
  4. Welke oplossingen kun jij bedenken voor de slechte werkomstandigheden?
In de bollenhandel ging veel geld om. Men deed zaken met heel veel gebieden. Er werd betaald met geld uit allerlei landen.

Money, money,money
£££  : €€€  : ƒƒƒ  : $$$
De Nederlandse gulden is met de komst van de Euro verdwenen. Zie je op het boodschappenlijstje van de bollenarbeider dat in die tijd de halve cent nog bestond!


Toeleveringsbedrijven.
De bollenteelt geeft ook kansen aan andere bedrijven. Denk maar eens aan bedrijven die verpakkingsmateriaal verzorgen. Vroeger gebruikte men veel manden. Je had toen in een dorp als Lisse een tiental mandenmakers.

  1. Je ziet hier twee plaatjes van de verpakkingsmethoden in de eerste helft van de 20e eeuw. Wat verwacht je nu in een verpakkings- of verzendafdeling van een bollenbedrijf te zien?

Nu is het vak van mandenmaker bijna verdwenen omdat ze kunststoffen zijn gaan gebruiken. Zo zijn er steeds nieuwe ontwikkelingen. Het bedrijf dat pijpen aanlegde in de velden om zo een soort centrale verwarming buiten aan te leggen, opdat men de bollen eerder in de bloei zou krijgen, is allang verdwenen. Nu zijn er weer bedrijven die gespecialiseerd zijn in temperatuurbehandelingen voor binnen. Dat gaat met ingewikkelde computers, maar het doel is bijvoorbeeld weer om bollen zo te prepareren dat ze op een bepaalde tijd bloeien. En zo kun je nog doorgaan met veranderingen en bedrijven die op de een of ander manier met de bollenteelt te maken hebben.
  1. Schippers waren vroeger van grote betekenis voor de Bollenstreek. Wie hebben hun taken overgenomen?
  2. Kun je nog wat bedrijven bedenken die hier tot bloei zijn gekomen juist omdat we hier de bollenteelt hebben?
  3. Hieronder vind je foto's van arbeiders die bezig zijn met werkzaamheden zoals dat vroeger gebeurde. Probeer eens te beschrijven wat ze aan het doen zijn. Beschrijf ook eens hoe deze werkzaamheden tegenwoordig gebeuren. Probeer eens wat plaatjes te verkrijgen van activiteiten zoals ze tegenwoordig in de bollensector plaats vinden.

  1. Hieronder vind je enkele uitspraken. Omcirkel de uitspraken die volgens jou door een bollenarbeider van rond 1900 gedaan kunnen zijn.
a)Als je in de bollen werkt, krijg je een goed loon. Je bent verzekerd tegen ongelukken en ziekte en je werkt het hele jaar door. Al hebben we het in de zomer veel drukker dan in de winter! Als we ruzie hebben met de baas over loon of zoiets, dan halen we de vakbond er gewoon bij.
b)We waren op de tuin bezig terwijl het volop sneeuwde en toen komt de baas met zijn hond aangelopen. En hij neemt dat kreng mee naar de schaftkeet, doet de deur open en zegt tegen die hond: "Ga jij maar effe binnen zitten, joh, want buiten is het geen weer voor je."
c)Je werkte je het heen en weer en dat voor een hongerloontje. Maar je dorst geen kritiek te leveren. Trouwens je wist niet beter of het hoorde zo. Dat hebbie als je er van jongs af in zit.
d)De baas zegt precies wat je moet doen, maar als je zelf iets anders belangrijker vindt, mag je dat rustig zeggen. We maken soms ook wel eens geintjes met de baas. We gaan natuurlijk nooit te ver met die geintjes, want de baas is en blijft de baas


Met de link hieronder kun je deze lesbrief als pdf-bestand downloaden.
Lesbrief mens en bollenteelt.pdf (1,3Mb)




Voor vragen en opmerkingen kunt u een e-mail zenden naar   museum.dezwartetulp@12move.nl.
Copyright © 2011 St.Museum voor de Bollenstreek
Laatst gewijzigd 24 december 2011